Skip navigation.

Alcyon's nest

De duik van de ijsvogel.

Posts tagged with "Ikke"

What's in a name

, ,

Sedert jaar en dag reeds camoufleer ik mij op het internet met de naam Alcyon.

Ik ben dan ook al een tijdje actief op het internet, zowat sinds mijn aantrede aan de universiteit, zo’n 13 jaren geleden. De zoektocht naar een prettig aanvoelende schuilnaam was echter lang en kronkelig. Een tijdje was het ‘Nomad’, naar een liedje van Sepultura. Iedereen voelt zich wel eens wat zwerverig in een periode in zijn leven. Maar toch, die naam was al snel een slechtzittende jas. De meeste mensen begrijpen ondertussen wel Engels, en ik was nou eenmaal geen landlopertype en ik woonde evenmin in een tent maar in een proper kot.

Uiteindelijk kwam er uit de krochten van mijn geheugen een naam naar boven die de juiste maat had. Niet te kort, niet te lang, mysterieus genoeg maar toch met een betekenis… Alcyon.

Onze leraar Latijn vond het nodig dat we bepaalde zinnetjes onthielden. Zoals het algemeen bekende “Tu quoque, fili mi?” (Jij ook, mijn zoon?), wat Caesar volgens de overlevering zou gezegd hebben tegen zijn aangenomen zoon Brutus toen hij die tussen zijn moordenaars zag. Of nog “Quousque tandem abutere, Catilina, patientia nostra?” (Hoe lang nog, Catilina, ga je ons geduld nog op de proef stellen?). Cicero zei dit volgens de geschiedschrijver Sallustius in een toespraak in de Senaat tegen Catilina, een Romeinse schurk die een staatsgreep plande. Er is er nog ééntje dat ik onthouden heb: “Timeo Danaos, et dona ferentes” (Ik vrees de Grieken, zelfs al komen ze met geschenken) uit de Trojaanse oorlog. Samen met de andere zinnetjes hebben deze lange tijd op een steekkaart aan de muur van mijn kamer gehangen tot het licht de inkt verbleekt had.

Tot de lectuur in het laatste jaar van de Latijnse behoorde ook vanalles van Vergilius, zoals de Georgica.
De Georgica is een hulde aan het leven op het platteland, geschreven door de Romeinse dichter Publius Vergilius Maro tussen 37 en 28 v.Chr. In het derde boek staat ergens het zinnetje: “litoraque alcyonem resonant, acalanthida dumi ”. Een gedicht zijnde, moet het met bijzondere accenten gelezen worden:
“LItoraqu’ ALcyonEM resonANT acalANThida DUmi” als ik mij niet vergis.
Een u wordt trouwens in het Latijn uitgesproken als een oe, terwijl je de y uitgespreekt als een u, toch volgens onze leraar. En de c altijd als k, zodat het in het gedicht hierboven 'alkuonem' wordt. Zelf zeg ik gewoon 'alkyon'.
Al kan ik de rest van de Latijnse teksten amper nog lezen, dit zinnetje is mij (vanwege het metrum?) bijgebleven. Vrij vertaald wil het zeggen dat op de oevers de roep van ijsvogel weerklonk en in de struiken de distelvink. Alcyon is dus Vergilius’ term voor ijsvogel. Verlatijnst Grieks of zoiets. Vandaar dan ook de ondertitel van deze blog…

Vreemd genoeg is de Latijnse naam van de IJsvogel Alcedo atthis. Andere ijsvogels zoals de Grijskopijsvogel (zoek maar op) dragen dan weer de naam Halcyon. In het Engels heet de IJsvogel kingfisher maar ook wel halcyon

Interessante links:
- Halcyon days (wist ik zelf niet)
- Latijnse zinnen in Asterix

Zjat

, ,

Ik vind het spijtig dat ik het dialect van mijn streek niet beter beheers. Bij oudere mensen kan je zelfs het verschil horen tussen de dialecten van twee vlak naast elkaar gelegen gemeenten. Een paar straten verder kan een bepaald woord al anders uitgesproken worden.
Helaas spreek ik een mengelmoesje van de dialecten uit de buurt. Bepaalde klanken krijg ik niet over de lippen. Bij mij is een pijl doodgewoon ‘ne pijl’. Mijn vader spreekt over ‘ne paail’. En zelfs mijn vader beweert dat hij alle dialectwoorden al niet meer kent die zijn ouders kenden. Wel nog passief, maar niet meer actief. Als hij ze al niet actief meer gebruikt, dan ken ik ze zeker passief nog niet. En zo gaat het dialect verder verloren…

Op de speelkoer van de lagere school, waar de meeste kinderen nog van de eigen gemeente afkomstig waren, spraken we tegen elkaar dialect. Het was de gewoonste zaak van de wereld. Later, in de middelbare school die zich in de stad bevond, kwamen jongeren bijeen van meerdere deel- en fusiegemeenten. Er waren er dan ook al bij die geen dialect meer praatten. En nog later kom je dan als student terecht in een studentenstad waar je als Oost-Vlaming in de minderheid bent, en je dialect door geen kat begrepen wordt. De aanwezige West-Vlamingen vormden een kliekje, de Antwerpenaars vonden het niet nodig om iets anders dan Antwerps te spreken en de Limburgers idem.
Ben ik even blij dat ik een vrouw gevonden heb uit mijn eigen streek! Nu kan ik tenminste thuis praten zoals mij dat het makkelijkst ligt. Ik had mij ook voorgenomen om tegen mijn kindjes ook dialect te praten, maar dat blijkt veel moeilijker te zijn dan ik had gedacht. Iedereen schakelt automatisch over op het Algemeen Vlaams als ze tegen onze peuter babbelen. Ik ook. Het is niet zo evident om simultaan te vertalen, als je met Dochter op schoot in een prentenboekje zit te kijken waar in koeien van letters ‘beer’ of ‘tas’ staat. Om de een of andere reden past ‘beir’ of ‘zjat’ niet bij de prentjes. En ik heb zo’n donkerbruin vermoeden dat er te weinig kwieten zoals ik rondlopen, om peuterboekjes in het Winniks rendabel te maken…

Slechts hier en daar slaag ik er in haar een dialectwoordje te leren, maar dat is dan eerder voor de lol dan dat het structureel gebeurt. Meestal worden papa’s pogingen uiteindelijk toch overruled door de andere familieleden…

Boekenwurm

Op de trein ben ik asociaal. Die twee halve uren die ik per dag doorbreng op het Belgische spoorwegnet laat je mij beter gerust. Ik hou namelijk van mijn vaste gewoonte op de trein: lezen.

Eerst neem ik de gratis krant Metro door. Sinds kort ook de Franstalige versie, in een halfslachtige poging mijn stilaan rampzalige kennis van die taal wat op te krikken. Daarna installeer ik mij met een zucht van welbehagen met mijn boek. Als het een echt spannend boek is, bij voorkeur fantasy, dan kan ik een hele dag naar uitkijken naar dat leesmoment.

Als we stripfiguurtjes zouden zijn, dan zou er een donderwolkje boven mijn hoofd hangen, als een bekende mij aanspreekt net voor het instappen. Dan wacht ik maar op één ding, terwijl ik natuurlijk uit beleefdheid in gesprek treedt: dat de ander zijn boekentas, attachékoffertje of voor mijn part plastieken winkelzak neemt en er een krant, kruiswoordraadsel of breiwerkje uithaalt. Ik zou zelfs een omwegje durven maken, als ik weet dat er verderop een bekende staat.

Een gesprek voeren op de trein vind ik zo al moeilijk genoeg. Door het geraas van de trein – op mijn traject rijden de stille, moderne dubbeldekkers nog niet – hoor ik amper wat de ander tegen mij vertelt, zodat ik mij uiteindelijk gedwongen zie om voorover te buigen en het net lijkt of we elkaar geheimen aan het verklappen zijn. Of anders moeten we luider beginnen praten, zodat gans het rijtuig de oren spitst. Vooral ’s morgens zijn er dan slapers die verstoord rondkijken wie al dat kabaal maakt.

Nee, geef mij maar een goed boek…

Vader zijn

,

Ik heb mij jaren afgevraagd of ik wel een goeie papa zou zijn. Als tiener moesten ze bij mij niet afkomen met kleine kindjes of baby’tjes om eens vast te houden, brrr. Ook toen ik de tienerjaren ontgroeid was, wist ik niet wat zeggen tegen peuters, kleuters en al wat nog wat groter is. Bepaalde remmingen om onnozel te kunnen doen en plein public zeker.

Nu herken ik mijzelf niet meer. Laat maar komen die babydingen, alles behalve borstvoeding. Tenminste als het mijn eigen nageslacht betreft.

Ik heb al uren doorgebracht met dochterlief en haar verschillende boekjes. Ze heeft door mijn toedoen al verscheiden malen schaterend het luchtruim gekozen, wetende dat papa’s armen haar altijd weer veilig opvangen. Of we springen gezamenlijk de woonkamer rond als een koppel kikkers. Papa heeft haar zelfs tot zijn groot jolijt al enkele dialectwoordjes geleerd, zoals “kieken” (kip) en “oeën” (haan). ’s Avonds zit hij af en toe in kleermakerszit naast haar bedje een tweeminutenverhaaltje voor te lezen. Met de nodige dramatiek.

Met het kleinste hummeltje is loltrappen nog beperkter. Het lukt wel, maar dan snapt hij er geen snars van terwijl papa plezier heeft. Voorlopig voeren we slechts “arrheueu”-dialogen. Ik kan niet eigenlijk wachten om met hem aan de boekjes en dierengeluiden te beginnen.

Waar verhalen zoals van Nathalie en Stacy mij vroeger weliswaar gruwelijk voorkwamen en mijn afgrijzen en verontwaardiging wekten, maken die nu heel wat meer los. Het voelt nu meer aan als een steek door mijn hart, als ik dan ons eigen klein meisje zie rondhuppelen. Vader-zijn verandert een mens toch.

Nachtkat

,

Vannacht hadden we even een bevoegdhedenprobleem. Normaal strompel ik uit mijn bed om Dochter een flesje melk te geven tegen de vroege ochtend, omdat dat meestal toch zowat het uur is dat ik opsta om te gaan werken. Vrouw kruipt recht als Zoon 's nachts zijn tutje mist, zowat tussen drie en vier. Als dat te gortig wordt, laat Vader zijn goed hart eens zien en gaat even een man-tot-mangesprek houden met Zoon.

Omdat dat op den duur een gewoonte wordt, sluit mijn vrouw stilaan het gezeur van Dochter buiten en slaapt rustig verder, in de wetenschap dat ik wel opsta. En omgekeerd, er zijn nachten dat ik Zoon niet gehoord heb, terwijl mijn vrouw zuchtend al voor de derde keer in een half uur gaat kijken.

Maar vannacht was het 'geween' dat we hoorden niet direct thuis te brengen. Was het Zoon? Mmm, nee, daarvoor klonk het niet dichtbij genoeg. Was het Dochter? Ook niet, daarvoor klonk het niet aanhoudend genoeg. Dochter kan nogal aanhoudend zijn namelijk. Ondertussen waren de zintuigen, die normaal gezien aan een halve ween voldoende hebben om uit te maken wie van de kroost ouderlijke assistentie nodig heeft, klaarwakker. Het klonk meer zoals... een poes!

Meestal knijpt ons poezeken 's nachts de katjes in het donker. Soms logeert ze wel eens in de berging. Maar blijkbaar speelde ze gisterenavond verstekeling en wisten we geen van beide dat ze nog in de woonkamer vertoefde. De poes weet duivels goed dat de grens van haar terrein aan de deur van de woonkamer ligt. Verder, naar de slaapkamers, mag ze niet komen. En doet ze ook niet, tenzij er geen van ons in de buurt is; het is een kat in hart en nieren.

Ook nu kwam ze niet de verder dan de deur van de woonkamer. Met haar kopje door de kier mauwde ze om eten. Toen ik afkwam op het gemauw, liep ze met de staart blij omhoog naar het etensbakje. Ik moest denken aan James Herriot - die van All creatures great and small die van zijn poezenervaringen een boekje heeft geschreven, los van zijn dierenartsenervaringen. Poezen, zegt hij, worden niet geadopteerd door hun meesters, maar omgekeerd. Met een glimlach op de lippen was het Poes vergeven dat ze mij op dat onchristelijk uur uit mijn bed heeft gezet...

Stijve nek

‘k Heb het weer zitten. Niet goed geslapen, liggen draaien en keren, en uiteindelijk opgestaan met een zere nek. Eigenlijk is het alleen maar lastig; functioneren gaat nog altijd. Heel anders dan met een verschot in de rug.

…Wat ik ooit mocht beleven op onze huwelijksreis. Niks geen moeilijke standjes, geen dolle-hondjes-gerollebol, maar doodgewoon van snelsnel mijn haar te wassen boven de badkuip. Opeens… knip! En ’t was gedaan met bewegen. Heel plezant als je daar staat met een shampookop en je kan niet eens meer aan de handdoek.

Met de hulp van mijn kersverse echtgenote en veel gesteun en gekreun ben ik tot op het bed gesukkeld. Eens óp het bed was het bijna onmogelijk om er terug àf te geraken. Gewoon rechtop gaan zitten, nee, da’s duidelijk. Misschien eerst op de buik draaien en dan de knieën optrekken? Aaauw, nee, dat lukt ook niet. Oei, hoe geraak ik nu weer op mijn rug? Uiteindelijk wel uit bed geraakt, door mijn benen er uit te laten vallen. Waarom ik er per se weer uit moest, weet ik niet meer juist, maar het vergde alleszins veel concentratie.

Ondertussen was Vrouw naar de apotheker gehold om iets te halen. Hoe ze het die Andalusiër heeft duidelijk gemaakt, weet ik niet. Feit is dat ze met pilletjes terugkwam die wel degelijk enige verlichting brachten. Na een dag kon ik alweer mee op wandeltocht. Beweging is beter dan rust voor zulke dingen, schijnt het. Na twee dagen kon ik zelfs opnieuw autorijden, maar op de ligzetels van het zwembad kon ik maar een luttel kwartiertje doorbrengen, zonder met een van pijn vertrokken gezicht naar de kamer terug te strompelen.
De huwelijksreis is er gelukkig niet door in het water gevallen.

Maar zo erg is het deze keer dus niet. Maar ’t is wel wreed ambetant.

Stok

Met een onderhandse worp gooide Maxentia mij gisteren een stok toe. En dat op ne zondag. Traag wentelde de stok door de blogosfeer tot ik die nu, op maandagmorgen, opvang. Groot was mijn verbazing toen ik deze morgen van rechts nóg een stok aangereikt kreeg, en nog wel van De Naakte Keizer! Moet ik nu alles tweemaal beantwoorden?

Vooraleer ik de stok(ken) naar drie andere slachtoffers kan doorgooien, moet ik drie vragen beantwoorden, te weten mijn werktitel, mijn geheime titel en mijn droomtitel. Er zijn blijkbaar geen openlijke kettingbriefbedreigingen aan verbonden, maar neem ik het risico? Stel dat ik de stok niet verdergooi, verandert mijn toetsenbord dan misschien opeens van AZERTY in QWERTY? O gruwel.

Dus, mijn werktitel. Geen idee eigenlijk. Ik vraag mij dat ook al zes jaar af. Zes jaar werk ik al als bio-ingenieur bij de Vlaamse Landmaatschappij. Eerst dossiers behandelen. Ondertussen ben ik meer coördinator geworden van het project "dossiers behandelen". En daarnaast zowat databasebeheerder. Zorgen dat de medewerkers in de provinciale afdelingen op tijd en stond hun digitale voer krijgen.

Wat ik er echter niet altijd bij zeg (en nu komen we aan de geheime titel), is dat ik werk voor een bepaalde àfdeling van de Vlaamse Landmaatschappij. De Vlaamse Landmaatschappij bestaat namelijk uit de afdelingen Landelijke Inrichting, Platteland, en heu hmm de Mestbank. Ssjt! Die welbepaalde bank is eigenlijk verantwoordelijk voor de uitvoering van en toezicht op de mestactieplannen. Dat die in de loop der jaren verstrengen en dat de landbouwers daardoor meer en meer op hun tellen moeten passen en een ploeg directie-assistenten en juristen in dienst moeten nemen om niet in het administratief drijfzand te verzeilen, bezorgt de Mestbank geen populaire naam. Terwijl de wetten niet door haar gemaakt worden, maar door politici, met de Europese waakhonden op hun hielen. Aber Befehl ist Befehl! Daardoor, en omdat iedereen dan gibberend de vraag stelt of ze geen rekening kunnen komen openen (komaan, geef maar toe, de gedachte vloog even door uw hoofd), zeg ik meestal gewoon dat ik bij de Vlaamse Landmaatschappij werk.

Ahaa, droomtitel. Goh, eigenlijk weet ik dat niet zo goed. Er is zoveel dat mij interesseert. Ik zou bijvoorbeeld graag eens een boek schrijven. Een trilogie in vijf delen. Maar ik weet nog niet waarover. Ik zou ook graag veel beter muziek kunnen spelen en schrijven. Zodat ik nog eens met naam en toenaam op een plaatje prijk. Maar da's meer hobby-related. Gecombineerd met werk zou ik graag mijn eigen baas zijn. Maar ja, er moet iets zijn waarover je dan baas kan spelen, he; en bovendien twijfel ik aan mijn leidinggevende capaciteiten... Laten we het er dan maar op houden dat ik ervan droom om zonder rode kaken te kunnen zeggen dat ik ingenieur ben...

Een loodzware last valt van mijn schouders. Nu rust op mij de plicht om die stokken zo ver mogelijk weg te gooien. Alleen, stel dat ik die naar iemand gooi, die mijn blog eigenlijk niet leest? Dan sta ik hier ook weer mooi te blinken. Bovendien is het verlofperiode voor sommige bloggers. Als ze hem niet op tijd opvangen, zou zo'n stok dan beginnen rotten en kwalijke geurtjes verspreiden?
We wagen het er op! Eerst een pirouette om wat snelheid te halen, en met een forse zwaai en brul vliegt de stok naar ... (spanning) ... (nog meer spanning) de Sponzen Ridder, Sportfanaat en Trilogy5! U bent verwittigd. Buk u als u zich niet geroepen voelt...


Bemerking: het viel mij zopas op dat het aantal bezoekers op kouse(n?)voeten de kaap van de 1000 heeft overschreden! Al 1060. Waarschijnlijk is de helft of meer te wijten aan mijn eigen nieuwsgierigheid :D
December 2009
S M T W T F S
November 2009January 2010
1 2 3 4 5
6 7 8 9 10 11 12
13 14 15 16 17 18 19
20 21 22 23 24 25 26
27 28 29 30 31