Publieke Mening, Pers en Staat
Wednesday, March 7, 2007 5:19:27 PM
Het grootste probleem voor de “vrijheid” van de dagbladpers is de publieke meening zelve. Het is een sociologisch, voor een belangrijk deel, een sociaal-psychologisch probleem.
De waardering van individuen voor een actueel bij hen bestaande voorstelling is altijd “een tegenwerkende kracht” geweest bij het aanvaarden van andere voorstellingen, vooral, indien deze waardering een irrationele binding betekende. En door de publieksvorming, die de laatste eeuw mogelijk was door de ontwikkeling van eht verkeerswezen en de drukperstechniek, door deze ideologische organisatie, die tengevolge heeft dat ieder probleem, ieder idee, ieder objectief-gebeuren van een bepaald “Standort” gezien en gewaardeerd, aanvaard of verworpen wordt, al naar gelang de aanwezige voorstellingen van het, een gehele natie gemeenzame, cultuur-ideaal, tot het kleinste plaatselijke belang toe) niet of wel “een tegenwerkende kracht” uitoefenen – door deze ideologische organisatie is de staatsrechtelijke drukpersvrijheid illusoir.
De waardering van individuen voor een actueel bij hen bestaande voorstelling is altijd “een tegenwerkende kracht” geweest bij het aanvaarden van andere voorstellingen, vooral, indien deze waardering een irrationele binding betekende. En door de publieksvorming, die de laatste eeuw mogelijk was door de ontwikkeling van eht verkeerswezen en de drukperstechniek, door deze ideologische organisatie, die tengevolge heeft dat ieder probleem, ieder idee, ieder objectief-gebeuren van een bepaald “Standort” gezien en gewaardeerd, aanvaard of verworpen wordt, al naar gelang de aanwezige voorstellingen van het, een gehele natie gemeenzame, cultuur-ideaal, tot het kleinste plaatselijke belang toe) niet of wel “een tegenwerkende kracht” uitoefenen – door deze ideologische organisatie is de staatsrechtelijke drukpersvrijheid illusoir.
Zestig jaar nadat de “Declaration of Rights” van Virginia plechtiglijk had verzekerd “that the freedom of the press is one of the great bulwarks of liberty” werden de uit Boston geïmporteerde blaadjes, die den slavenhandel bestreden, als “The Liberator”, plechtig in het openbaar verbrand, bloedprijzen werden tot een hoogte van 50.000 dollar gesteld op de hoofden der schrijvers, die in effigie werden afgemaakt. Een stadsbestuur uit South-Carolina loofde 1500 dollar uit voor de aanhouding van iedere blanke, die “The Liberator” verspreidde.
De actuele waardering voor gemeenzame voorstellingen van een groep, die wij als “publieke mening” hebben kennen, dwingt ook thans dagbladen met deze waardering rekening te houden. Al naarmate de sociaal-democratische partij – vooral in Duitsland – tot een klein-burgerlijke partij werd, veranderde ook het karakter van haar pers, die thans, met bijvoegsels als “Kinderfreund”, “Frauenstimme” enz. zich in weinig meer van de “Lokal-Anzeigerpresse” onderscheidt. In de meersterlijke analyse die Carle geeft van een tiental Duitse bladen – na eerst de”Weltanschauungstypen” onderzocht te hebben van de lezersgroepen – blijkt deze gebondenheid van een blad aan de waardering voor bepaalde voorstellingen van de lezers overduidelijk. De twee gebeurtenissen, waarvan hij de weerspiegeling in die bladen onderzoekt, zijn: de moordop Rathenau en het beruchte scholieren-proces te Steglitz. Het bij uitstek in beurs- en handelskringen gelezen “Berliner Tageblatt” voorspelt na Rathenau’s dood als belangrijkste verontwaardigingsmoment de heilloze uitwerking op de buitenlandse beurzen, voor het Duitse krediet; de feodaal-conservatieve “Kreuz-Zeitung” schrijft over de tegenstander in ridderlijke taal: “..wir senken den Degen an diesem Sarge…”; de “Völkische Beobachter” spreekt over “Der Tod des Walter Rathenau”..”Todesfall”…”Frühes Hinscheiden”.Ook bij de ethisch-culturele reacties op de genoemde puberteitstragedie is het opmerkelijk, hoezeer de “voorlichting”, de “vrije” meningsuiting dier bladen, begrensd en beperkt wordt door de voorstelling der lezersgroep.
Een dergelijk onderzoek zou ook voor ons land verrassende en, naar ik thans reeds meen te mogen opmerken, gelijke resultaten hebben.
Hugo Samkalden, Publieke Meening Pers en Staat, 1932


