My Opera is closing 3rd of March

aldoende amsterdam

Subscribe to RSS feed

werken als een ploeg, en hoe ging het met ons


"Als je wit en blauw mengt, krijg je baby-blue, een heel lichte blauw", zei Soeffi van groep 3. Dat betwijfel ik niet.


Maar als je
blauw en
geel en
wit mengt, wat krijg je dan?

Oranje met wit?
Of goud met wit?
Er zijn zoveel kleuren, en zoveel onbekende combinaties.

De opdracht werd: zoveel mogelijk kleuren met elkaar en wit mengen.

Wat doen we met die alle mengsels?
Wat doen met die alle nieuwe kleuren?

We maken een echt grote schilderij.

We hadden met zijn vieren begonnen.
Voor een grote schilderij hadden wij een echt grote stuk papier nodig. En om een te maken hadden wij
4 grote vellen papier
het plakband
4 hoofden
8 handen
samen gebruikt. Heel netjes.


Deze imposante witte opervlak bracht de volgende vraag mee: wat gingen we schilderen?
Een schilderij met lichte kleuren.
Wat gaat op die grote schilderij staan? Er is zoveel ruimte.

Volgende opdracht was: âEen verhaal bedenkenâ

Het verhaal moet ook licht gekleurd zijn. Geen nachtverhaal, geen onderzee verhaal, of âkelder verhaal of andere donkerkleurige verhalen.
Het verhaal moest ergens plaats vinden en we zochten een juiste, lichte plek. Elke plek heeft een verhaal, we vinden het onderweg.

Op een zonnige dag hemel is licht en zee is licht en zand is licht, dat wordt dus Terschelling op een zonnige lange dag. Een strand, en zee en lucht.
Ook de hoofdpersonage van het verhaal is gekozen: een net geboren zeemeeuw.
Kareltje, de wonderzeemeeuw.

In 15 minuten hadden kinderen het verhaal klaar.
Nu konden we pas met het schilderen beginnen.


Het uitvoering:

Het wordt een grote schilderij, daarom deden we het stap voor stap. We gingen de schilderij in twee keer afmaken.
We hadden ook testpapieren. Testen om niet te verpesten, want als we verpesten, moesten we opnieuw beginnen.
Op de testpapieren schreven we alles en tekenden we alles voordat we het op het schilderij gingen schilderen. Alle ideen, namen, proeftekeningen zatten daar.
Kinderen gingen de proef-tekening maken om even erachter te komen hoe een zeemeeuw getekend zou worden, en hoe je een schip of een haai, witte of gewone, zou kunnen tekenen. Daarna gingen ze met een kwast de tekening op het papier maken.
De andere groep begon met mengen van de kleuren. Ieder kind was vrij om te kiezen wat het ging doen.


Het Werkgroep was open, iedereen kon in- of uitstappen. Een van kinderen die de opdracht al wist, vertelde aan een nieuwe waar het over ging en wat precies deden we. We besproken alles eerst.
10 kinderen deden mee. Kinderen konden in of uitstappen als ze willen. De regel was simpel maar vast: jij moet het leuk vinden om te doen, en je doet mee tot je het leuk vind. Iedereen vond de regel goed.

Het lijkt een heel ingewikkeld project, maar was het niet zo.
Het was voldoende dat we een keer een ploeg nadeden. Daarna functioneerden wij als een ploeg. Kinderen stuurden en controleerden elkaar, ze stellen vragen aan elkaar.

Met meer kunde in kleuren mengen, begonnen ze hen eigen kleuren te creeren, en de resultaat te voorspellen. Warmer, kouder, meer paars, lichter, kinderen gaan heel uitgebreid in details van de kleur die ze bedenken of willen hebben.
We hebben in elkaar op de schilderij, kleurmengen leren en het verhaal bijna vier uur besteed. Met dit als resultaat:



Het verhaal:

"Kareltje werd op een ochtend geboren. Hij schudde zijn kleine vleugels onder ochtend zon en keek naar de lucht: "Ik wil vliegen" was zijn eerste wens, en meteen ging hij vliegen. Hij hoefde niet te leren vliegen, alleen moest hij heel graag willen vliegen, en dan vloog hij gewoon.
Hele ochtend heeft hij rondgevlogen, naar de zon toe, rond een schip ver op zee, tussen de wolken, links, recht, boven en beneden. Hij vergaat om te eten. Toen zon om 12 uur op z'n hoogst was, had hij zo een honger dat hij een hele witte haai kon opeten. Hij keek naar de zee, zag een witte haai en vloog meteen om hem te pakken.
De haai keek naar boven, zag een zeemeeuw die in vrije val naar hem toe aan het komen was en dacht: "Een hapje voor mij die zomaar uit de lucht valt!" De haai opende zijn bek met vele tanden, maar als Kareltje zijn hongerige snavel op zijn beurt opendeed, werd deze zo groot als Kareltjes honger, groot genoeg om een haai in een hap op te eten. Als hij de verbaasde witte haai opslikte werd zijn buik rond als een enorme ballon.

Een wonderzeemeeuw blijft een zeemeeuw, bezig met vliegen en eten. Alleen doet Karreltje dat alles op een wonderlijke manier.

Later poepte hij vele scherpe, grote haaitanden uit, wat veel minder leuk was, maar zo is het als je een wondervogel met een hele grote honger bent."





Dit is een fresco.

[/SIZE][/COLOR][/FONT]